Gids

Algen bestrijden in het aquarium: per algsoort de oplossing

Door Job van Halst · Bijgewerkt op

Groen begroeid aquarium waar algen in balans worden gehouden

Elke aquariumhouder krijgt vroeg of laat met algen te maken. Een beetje alg is volkomen normaal en zelfs een teken van een levend systeem, maar zodra je ruiten groen kleuren of er donkere plukken op je planten verschijnen, wil je ingrijpen. Het goede nieuws: algen zijn bijna altijd een symptoom, geen ziekte. Ze vertellen je dat er ergens een disbalans zit tussen licht, voedingsstoffen en planten.

De grootste fout die beginners maken, is elke alg op dezelfde manier bestrijden. Dat werkt niet, want penseelalg vraagt om een totaal andere aanpak dan zweefalg of blauwalg. Daarom behandelen we in dit artikel elke veelvoorkomende algsoort apart: hoe je hem herkent, waar hij vandaan komt en wat je er concreet aan doet.

Heb je net een nieuw aquarium? Dan hoort een algenpiek er in de eerste weken gewoon bij, lees daarover meer in onze gids Aquarium opstarten in 9 stappen.

Otocinclus dwergmeerval op kienhout
De otocinclus (Otocinclus sp.) is een kleine dwergmeerval die aangroeialgen van planten en ruiten wegraspt, een nuttige hulp, maar geen vervanging voor de juiste balans. Foto: Evan Baldonado, Wikimedia Commons, CC BY 4.0.

Waarom krijg je algen? De disbalans tussen licht en voeding

Algen zijn simpele organismen die precies dezelfde dingen nodig hebben als je planten: licht, voedingsstoffen en CO2. Zodra er van licht of voeding méér aanwezig is dan je planten kunnen opnemen, ontstaat er een overschot, en dat overschot pakken de algen. Ze zijn opportunistisch en groeien sneller dan planten, dus een klein onevenwicht is voor hen al genoeg.

De twee belangrijkste knoppen waar je aan draait, zijn:

  • Licht. Te veel uren licht per dag, een te felle lamp of direct zonlicht op de bak zijn de meest voorkomende trigger. Voor een gemiddelde bak is 6 tot 8 uur verlichting per dag genoeg. Draait je lamp van ‘s morgens tot ‘s avonds, dan geef je algen een vrijbrief.
  • Voedingsstoffen. Nitraat en fosfaat hopen zich op door te veel voer, te veel vissen en te weinig water verversen. Meet je die waarden niet, dan vaar je blind, bekijk daarom hoe je je waterwaarden test en houd nitraat onder de 25 mg/l.

Je sterkste wapen tegen algen zijn gezonde planten. Die concurreren rechtstreeks om diezelfde voeding en dat licht. Een dichtbeplante bak met makkelijke aquariumplanten heeft structureel veel minder last van algen dan een kale bak met wat plastic decoratie.

Groene zweefalg: troebel groen water

Zweefalg herken je meteen: je water kleurt egaal groen, alsof er erwtensoep in je bak zit. De alg zweeft als losse cellen door het water en is met een gewone filter nauwelijks te vangen. De oorzaak is bijna altijd te veel licht, vaak direct zonlicht op de bak, in combinatie met veel voeding.

De aanpak:

  1. Verkort de verlichtingsduur naar maximaal 6 uur en zet de bak uit de buurt van het raam.
  2. Doe een verduisteringskuur: dek de bak drie tot vier dagen volledig af met een deken zodat er geen licht meer bij komt. Zonder licht sterft de zweefalg af. Je planten overleven dit prima.
  3. Ververs daarna 30 tot 50 procent van het water en zuig de afgestorven alg mee.

Wil je van het probleem af zonder te wachten, dan is een UV-C-filter de meest betrouwbare oplossing. Het water stroomt langs een uv-lamp die de zwevende algencellen doodt, waarna je filter ze opvangt. Binnen enkele dagen is je water glashelder.

Penseelalg en baardalg: donkere plukjes op randen en planten

Penseelalg en baardalg zijn eigenlijk roodalgen, ook al zien ze er grijszwart of donkergroen uit. Ze vormen kleine kwastjes of pluizige baardjes op de randen van bladeren, op hout, stenen en filteruitstroom. Dit is een van de hardnekkigste soorten, omdat vissen en garnalen hem meestal met rust laten.

De belangrijkste oorzaak is een instabiele of te lage CO2-waarde in combinatie met veel licht en trage plantengroei. In bakken met wisselende stroming rond de aangetaste plekken zie je hem het eerst.

De aanpak:

  • Zorg voor een stabiele CO2-toevoer; overweeg een CO2-installatie als je een sterk beplante bak hebt.
  • Behandel aangetaste plekken met vloeibare koolstof (bijvoorbeeld Easy-Life EasyCarbo of Seachem Excel), rechtstreeks op de alg gespoten met filter even uit. De alg verkleurt rood/grijs en sterft af.
  • Verwijder zwaar aangetaste bladeren gewoon met een schaar; die worden toch niet meer mooi.
  • Zet er Siamese roeivinnen (Crossocheilus oblongus) bij, een van de weinige vissen die baardalg daadwerkelijk eten.

Blauwalg (cyanobacterie): stinkende blauwgroene lagen

Blauwalg is strikt genomen geen alg maar een cyanobacterie. Je herkent hem aan slijmerige, blauwgroene tot donkergroene lagen die zich als een vel over de bodem, planten en decoratie leggen, met een kenmerkende muffe, aardse geur. De laag laat zich in flappen wegtrekken.

Blauwalg duidt vaak op een combinatie van weinig stroming, opgehoopt vuil in de bodem en een lage nitraatwaarde. Onderneem snel actie, want cyanobacteriën kunnen gifstoffen afgeven.

De aanpak:

  1. Zuig de blauwalg fysiek weg met een slang tijdens het water verversen. Verwijder zoveel mogelijk.
  2. Doe een donkerkuur van drie tot vijf dagen (bak volledig afdekken). Cyanobacteriën zijn hier gevoelig voor.
  3. Verbeter de stroming en zuig regelmatig de bodem, zodat vuil niet opnieuw ophoopt.
  4. In hardnekkige gevallen bestaan er speciale antibacteriële middelen, maar probeer eerst de mechanische aanpak.

Kiezelalg: bruine aanslag in nieuwe aquaria

Kiezelalg (diatomeeën) is de bruine, stoffige aanslag die je in vrijwel elk nieuw aquarium ziet, meestal in de eerste een tot drie maanden. Je veegt hem zo van de ruit, en hij voelt korrelig aan. Kiezelalg leeft van silicaten die vers uit nieuwe bodem en leidingwater komen.

Het goede nieuws: in de meeste gevallen hoef je niets te doen. Zodra de bak biologisch inspeelt en de silicaten opraken, verdwijnt kiezelalg vanzelf. Wat je wél kunt doen:

  • Wekelijks de ruiten schoonmaken en water verversen.
  • Otocinclus-meervalletjes toevoegen; deze kleine algeneters zijn dol op kiezelalg en houden je bak moeiteloos schoon.

Draadalg: lange groene slierten

Draadalg vormt lange, groene draden die zich om planten, hout en stenen winden. Kort en fijn is hij nog te overzien, maar hij kan hele plukken vormen die planten overwoekeren. Draadalg gedijt bij veel licht en een overschot aan voeding, vooral als je planten nog niet goed zijn aangeslagen.

De aanpak:

  • Draai de draden handmatig uit het water met een ruw stokje of een oude tandenborstel, draadalg wikkelt zich er mooi omheen.
  • Verkort de verlichtingsduur en houd je voeding in de gaten.
  • Zorg dat je planten goed groeien met een goede plantenvoeding en bemesting, zodat ze de concurrentie winnen.
  • Amanogarnalen eten jonge draadalg graag; een groepje van vijf tot tien in een beplante bak doet wonderen.

Algenetende bewoners: wie eet wat?

Algeneters zijn een prima aanvulling, maar nooit de hele oplossing, ze houden een gezonde bak netjes, maar eten een echte plaag niet weg. Kies bovendien de juiste eter bij de juiste alg:

BewonerEet vooralLet op
Otocinclus (dwergmeerval)Kiezelalg, zachte aanslagIn een groepje houden; niet in kale, nieuwe bak
AmanogarnaalDraadalg, zachte alg, restenUitstekende opruimer, laat penseelalg staan
Siamese roeivinBaard-/penseelalg, draadalgWordt 12-15 cm, alleen in ruimere bak
NerietenslakAanslag op ruiten en decoratieLegt witte eitjes, plant zich niet voort
Dwerggarnaal (Neocaridina)Zachte aanslag, restenPrettige opruimploeg, geen plaagbestrijder

Populaire “algeneters” die tegenvallen zijn de grote pleco (wordt enorm en vervuilt) en de Chinese algeneter (wordt agressief en stopt op leeftijd met algen eten). Meer over samenstelling lees je in welke vissen kunnen samen.

Algen voorkomen: zo houd je de balans

Bestrijden is dweilen; voorkomen is het echte werk. Houd je aan deze checklist en de meeste algenproblemen komen simpelweg niet opzetten:

  • Verlichting op een timer, 6 tot 8 uur per dag, en niet in direct zonlicht.
  • Matig voeren: alles wat binnen twee minuten op is, en één vastendag per week.
  • Wekelijks 20 tot 30 procent water verversen om nitraat en fosfaat af te voeren, zie water verversen.
  • Dicht beplanten met snelgroeiende soorten die de voeding wegkapen.
  • Regelmatig testen zodat je een stijgende nitraatwaarde ziet aankomen.

Tip: verander nooit alles tegelijk. Pas één ding aan, bijvoorbeeld de verlichtingsduur, en geef de bak twee weken de tijd. Zo weet je wat werkt en houd je de balans stabiel.

Veelgestelde vragen

Waarom krijg ik steeds opnieuw algen?

Algen komen terug zolang de disbalans blijft: te veel licht of te veel voedingsstoffen (nitraat, fosfaat) in verhouding tot het aantal planten. Verkort de verlichtingsduur naar 6-8 uur, voer matiger, ververs wekelijks water en plant meer snelgroeiende soorten. Pak je alleen de zichtbare alg aan, dan is hij binnen twee weken terug.

Helpen algeneters echt tegen algen?

Ze helpen als aanvulling, niet als oplossing. Otocinclus en amanogarnalen houden een gezonde bak netjes, maar ze eten een echte algenplaag niet weg en lossen de onderliggende oorzaak niet op. Zonder het licht en de voeding op orde te brengen blijf je dweilen met de kraan open.

Is blauwalg gevaarlijk voor mijn vissen?

Blauwalg is eigenlijk een cyanobacterie en kan gifstoffen afgeven die schadelijk zijn voor vissen en garnalen. Bovendien verstikt de slijmerige laag planten. Grijp daarom snel in met afzuigen en een donkerkuur, en verwijder aangetaste plantendelen.

Hoe lang duurt een algenpiek in een nieuw aquarium?

In de eerste een tot drie maanden na het opstarten zijn kiezelalg (bruin) en soms zweefalg heel normaal. Zodra de bak biologisch stabiel is en je planten aanslaan, verdwijnen ze meestal vanzelf. Geduld en matig voeren zijn hier belangrijker dan bestrijdingsmiddelen.

Onze aanraders: onderhoud

Kort onze favorieten voor dit onderwerp. De onderbouwing en koopknoppen staan in de vergelijking.