Gids

Welke vissen kunnen samen? Combinatietabel per soort

Door Job van Halst · Bijgewerkt op

Twee vreedzame cichliden boven licht zand in een gemeenschapsbak

Vissen kunnen samen als hun temperatuur, formaat en karakter bij elkaar passen. Voor beginners is de veiligste basis een school kleine scholenvissen in de middenlaag, een groep pantsermeervallen op de bodem en eventueel levendbarenden aan de oppervlakte. Het LICG noemt guppy’s, platy’s en neontetra’s uitdrukkelijk als soorten die in een gezelschapsaquarium samen kunnen.

Drie fouten gaan het vaakst mis: een betta bij langvinnige of drukke vissen, een school die te klein is, en een goudvis in een tropische bak. Hieronder staat per soort met wie het wel en niet gaat, en waarom.

Welke vissen kunnen wel samen?

Combinatietabel, met de eisen die het LICG per soort noemt
SoortTemperatuurMinimale bakGaat goed samen metJuist niet met
Neontetrarond 24 °C60 cm langPlaty's, guppy's, pantsermeervallen, garnalenMaanvis en andere roofvissen, betta
Guppy23–25 °C60 cm langPlaty's, neontetra's, pantsermeervallenBetta, sumatranen en andere vinnenbijters
Platyrond 24 °C50–60 cm langGuppy's, neontetra's, pantsermeervallenTerritoriale cichliden, roofvissen
Pantsermeerval22–25 °C60–80 cm langVrijwel elke vreedzame gemeenschapsbakTerritoriale bodembewoners in een kleine bak
Betta (man)24–30 °Conze richtlijn: 20–30 literBij voorkeur niemand, hooguit rustige bodemvissenEen tweede betta-man, guppy's, drukke scholen, vinnenbijters
Dwerggarnaal20–24 °C30 literKleine tetra's, endler guppen, dwerggourami'sBetta, cichliden, goudvis en ander groot gespuis

Op de betta na komt elk getal in deze tabel van het LICG. Voor de betta geeft het LICG geen minimummaat, dus staat daar onze eigen richtlijn van 20 tot 30 liter, zoals ook op de betta-pagina staat.

De temperaturen overlappen niet toevallig: alles in deze tabel op één na voelt zich thuis rond 24 graden. Dat is meteen de simpelste vuistregel. Kies soorten waarvan de bereiken elkaar overlappen en stel je verwarming in op het midden.

Hoeveel er van elke soort in jouw bak passen, reken je na in hoeveel vissen in je aquarium.

Welke drie fouten maken beginners het vaakst?

  1. Een betta bij langvinnige of drukke vissen. Het LICG is er duidelijk over: kies bij een betta geen soorten met lange sierlijke vinnen zoals sommige guppy’s, geen actieve of territoriale vissen en geen vinnenbijters. In de praktijk blijft er dan weinig over, en dat is precies de boodschap.
  2. Een school die te klein is. Vijf neontetra’s is volgens het LICG het minimum, liefst meer. Wij raden aan te beginnen met acht tot tien. In een te kleine groep worden ze schuw en bleek.
  3. Een goudvis in een tropische bak. Goudvissen zijn koudwatervissen die bovendien veel meer afval produceren dan tropische soorten van dezelfde lengte. Ze horen in een vijver of een eigen, ruime bak.

Welke combinaties gaan gegarandeerd mis?

  • Twee betta-mannen. Het LICG schrijft dat er maar één mannetje per aquarium kan, omdat ze vechten tot er één dood is. Hoe groot de bak ook is.
  • Betta-man plus guppy-mannen. De betta ziet die kleurige sluierstaarten aan voor een rivaal.
  • Sumatranen bij alles met lange vinnen. Afgeknabbelde vinnen binnen een week.
  • Grote cichliden bij kleine scholenvissen. Dat zijn dure levende voerkorrels.
  • Maanvissen bij neontetra’s. Alles wat in de bek past, gaat erin.

Waarom telt de temperatuur zo zwaar?

Omdat een vis die structureel te koud of te warm zit, ziek wordt. Niet meteen, maar binnen maanden. De bereiken uit de tabel hierboven komen van het LICG, en je ziet dat ze elkaar grotendeels overlappen rond 24 graden.

De uitzondering is de betta, die 24 tot 30 graden wil. Die kan dus warmer dan de rest, wat hem naast koelere soorten ongeschikt maakt en niet alleen vanwege zijn karakter.

Meet eerst je eigen kraanwater voordat je kiest, dat doe je met waterwaarden testen. Kies daarna vissen die bij jouw water passen. Dat is veel makkelijker dan je water eindeloos aanpassen aan de vissen.

Waarom telt het karakter van een vis?

Omdat formaat en temperatuur kunnen kloppen terwijl het toch misgaat. Vier categorieën vragen om oplettendheid:

  • Vinnenbijters zoals sumatranen knabbelen aan lange vinnen. Zet ze nooit bij guppy’s of betta’s.
  • Territoriale soorten zoals veel cichliden claimen een eigen plek en jagen indringers weg. Prachtig in een soortenbak, lastig in een drukke gemeenschapsbak.
  • Roofvissen eten alles wat in hun bek past. Een volwassen maanvis ziet een jonge neontetra niet als huisgenoot maar als lunch.
  • Stille soorten zoals gourami’s en betta’s raken gestrest van drukke, snelle zwemmers om zich heen.

Hoe verdeel je de zwemlagen?

Een aquarium heeft drie verdiepingen, en elke vis heeft een voorkeur. Benut je alle lagen, dan oogt de bak voller terwijl de vissen elkaar juist minder in de weg zwemmen.

Zwemlagen en typische bewoners
ZwemlaagTypische bewonersLet op
OppervlakGuppy's, platy's, kempvissen, bijlzalmenSpringers, dek de bak goed af
MiddenlaagNeontetra's, rasbora's, sumatranen, maanvissenHier zwemt het meeste, niet overbevolken
BodemPantsermeervallen, ancistrus, kuhli-alenZand of fijn grind voor gevoelige baarddraden

Waarom moeten schoolvissen in een groep?

Omdat de school hun verdediging is. Alleen of met z’n drieën voelt een scholenvis zich onveilig: hij wordt schuw, verbleekt en is vatbaarder voor ziekte. Het LICG noemt voor neontetra’s minimaal vijf dieren, liefst meer, en voor de kleine pantsermeervallen groepen van minstens tien.

Onze eigen richtlijn: begin met acht tot tien per soort, en kies liever één flinke school dan vier mini-groepjes van alles wat. Een strakke school van neontetra’s is bovendien mooier dan een allegaartje.

Welke combinaties werken per bakformaat?

60 liter

Een school van acht tot tien neontetra’s in de middenlaag, daaronder een groep pantsermeervallen, en garnalen als opruimploeg. Rustig, kleurrijk en onverwoestbaar. Kies één school, niet twee.

125 liter

Tien guppy’s of platy’s boven, twaalf kardinaaltetra’s in het midden, acht pantsermeervallen onder en een ancistrus tegen de algen. De klassieke gemeenschapsbak.

240 liter

Een koppel maanvissen als blikvanger, een school van vijftien zwarte fantoomzalmen die groot genoeg zijn om niet als voer te eindigen, tien pantsermeervallen en een groep kuhli-alen. Maanvissen combineer je nooit met neontetra’s.

Hoe bouw je de bezetting rustig op?

Niet in één keer. Het LICG schrijft dat het zeker vier weken kan duren voor de nitrietpiek verdwenen is en de eerste vissen erin mogen, en adviseert dan te beginnen met een paar vissen van één sterke, kleine soort en daarna beetje bij beetje uit te breiden.

Wacht na elke groep zo’n twee weken. Zo groeit je filter mee en zie je meteen of het gedrag klopt. Het volledige stappenplan staat in aquarium opstarten in 9 stappen.

Veelgestelde vragen

Kunnen garnalen bij vissen in één aquarium?

Volwassen dwerggarnalen wel, hun jongen meestal niet. Het LICG schrijft dat garnalen samen met vissen kunnen, maar dat veel vissen jonge garnalen eten, en noemt kleine tetrasoorten, endler guppen, kegelvlekbarbeeltjes, dwerggourami’s en algeneters als geschikte medebewoners. Zorg voor veel mos en schuilplekken, dan overleeft er genoeg nageslacht om de groep op peil te houden.

Kan een betta bij neontetra’s?

Liever niet. Het LICG raadt bij een betta juist actieve vissen, territoriale vissen en vinnenbijters af, en een school neontetra’s is precies zo’n drukke groep. Er zijn bakken waar het goed gaat, maar het is geen combinatie om als beginner op te gokken. Eén betta alleen in een goed beplante bak is de veilige keuze.

Kunnen guppy’s en platy’s samen?

Ja, dat is een van de makkelijkste combinaties die er is. Het LICG noemt guppy’s uitdrukkelijk als gezelschap voor platy’s. Ze willen allebei water rond 24 graden en een bak van minstens 60 centimeter. Houd bij beide soorten meer vrouwtjes dan mannetjes, anders worden de vrouwtjes doodgejaagd, en reken erop dat je jongen krijgt.

Bronnen en verder lezen

  • Platy, LICG. Dekt: aquarium van tenminste 50 tot 60 centimeter, één mannetje per twee tot vier vrouwtjes, bestand tussen 20 en 26 graden met rond 24 graden als beste, vrouwtjes tot zes centimeter, en geschikt voor een gezelschapsaquarium met bijvoorbeeld guppy’s of neontetra’s.
  • Neontetra, LICG. Dekt: tenminste vijf exemplaren liefst meer, rond 24 graden, maximaal vier centimeter, en geen soorten die de neontetra lastigvallen of opeten.
  • Guppy, LICG. Dekt: 23 tot 25 graden, lengte drie tot zes centimeter, één mannetje per twee tot vijf vrouwtjes.
  • Betta, LICG. Dekt: één mannetje per aquarium, 24 tot 30 graden, en geen medebewoners met lange sierlijke vinnen, geen actieve of territoriale vissen en geen vinnenbijters.
  • Pantsermeervallen, LICG. Dekt: 22 tot 25 graden, kleine soorten in groepen van minstens tien.
  • Zoetwatergarnaal, LICG. Dekt: 20 tot 24 graden, samen te houden met vissen maar veel vissen eten jonge garnalen, en de lijst met geschikte medebewoners.
  • Het tropisch zoetwateraquarium, LICG. Dekt: de nitrietpiek kan zeker vier weken duren, beginnen met een paar vissen van één sterke kleine soort en daarna beetje bij beetje uitbreiden.

Geraadpleegd op 30 september 2026.

Onze aanraders: vissen

Kort onze favorieten voor dit onderwerp. De onderbouwing en koopknoppen staan in de vergelijking.

Tetra AquaSafe 250 ml✓ Onmisbaar

Tetra

Tetra AquaSafe 250 ml

9.0onze beoordeling

Onmisbaar bij elke waterverversing: maakt kraanwater direct veilig voor vissen.

Lees waarom dit onze keuze is →