Gids
Hoeveel vissen in je aquarium? Tabel per bakformaat
Voor de populairste beginnersvissen is de lengte van je bak belangrijker dan het aantal liters. Neontetra’s, guppy’s en de kleine pantsermeervallen hebben volgens het LICG allemaal een aquarium van minstens 60 centimeter nodig, en ze leven in groepen van vijf tot tien dieren. In een bak van 54 tot 60 liter past daarom één school kleine vissen plus hooguit een klein bodemgroepje. Alles daaronder is geen gezelschapsbak maar een bak voor één betta of voor garnalen.
Hieronder staat per bakformaat wat er realistisch in kan, en vooral ook wat er niet in kan. Daarna leg ik uit waarom de bekende vuistregel van één centimeter vis per liter je op het verkeerde been zet.
Wat past er in welk bakformaat?
| Bakformaat | Meestal | Realistische bezetting | Past er niet in |
|---|---|---|---|
| 20–30 liter | tot ± 40 cm | Eén betta. Dwerggarnalen pas vanaf 30 liter | Neontetra’s, guppy’s, pantsermeervallen, elke scholenvis |
| 54–60 liter | 60 cm | Eén school van 8–10 kleine scholenvissen, eventueel 10 dwergpantsermeervallen | Goudvis, ancistrus, maanvis, grotere corydoras-soorten |
| 100–125 liter | 80 cm | Twee tot drie soorten verdeeld over de zwemlagen, plus een bodemgroep | Goudvis, grote meervallen, cichliden met territoriumdrift |
| 180–200 liter | 100 cm | Drie tot vier soorten, waaronder één blikvanger en een grotere bodemgroep | Vissen die boven de 20 cm uitkomen |
| 240 liter | 120 cm | Vier soorten, inclusief grotere pantsermeervallen en een koppel maanvissen | Neontetra’s samen met maanvissen, want die worden opgegeten |
Twijfel je nog over het formaat zelf? In de beste aquariums voor beginners zie je per set welke bakmaat je voor welk bedrag krijgt.
Hoeveel vissen mogen er in 20 tot 30 liter?
Geen enkele gewone scholenvis, en dat is een harder antwoord dan je in de winkel meestal krijgt. Nanobakken van 20 tot 30 liter zijn zelden langer dan veertig centimeter, terwijl het LICG voor neontetra’s, guppy’s en de kleine pantsermeervallen een bak van minstens zestig centimeter noemt.
Wat er wel in kan: één betta, of een bak met alleen dwerggarnalen. Een betta heeft volgens het LICG water van 24 tot 30 graden nodig, dus een verwarming is verplicht, en er mag maar één mannetje per bak, hoe groot die bak ook is. Voor garnalen ligt de ondergrens bij 30 liter, in een groep van minstens tien dieren. Onder de 30 liter houd je dus alleen een betta, en verder niets.
Hoeveel vissen mogen er in 54 of 60 liter?
Eén school kleine vissen, en dan ben je er eigenlijk al. Dit is de standaard 60 cm-bak uit de meeste startersets, en precies de minimummaat die het LICG voor neontetra’s en guppy’s noemt.
| Zwemlaag | Bezetting | Let op |
|---|---|---|
| Midden | 8–10 neontetra’s | Minstens vijf, liefst meer, anders valt de school uit elkaar |
| Boven | of 6–8 guppy’s | Eén mannetje per 2 tot 5 vrouwtjes, en ze krijgen jongen |
| Bodem | eventueel 10 dwergpantsermeervallen | Alleen als je wekelijks ververst en de bak goed beplant is |
Kies boven of midden, niet allebei vol. Het LICG adviseert voor de kleine pantsermeervallen groepen van minstens tien dieren, en dat is in deze bakmaat het maximum naast één school. Een ancistrus, een goudvis of een maanvis horen hier niet thuis, want die worden simpelweg te groot.
Hoeveel vissen mogen er in 100 tot 125 liter?
Hier past de eerste echte gemeenschapsbak, met drie bezette zwemlagen. Een bak van 80 centimeter geeft je ruimte voor twee tot drie soorten naast elkaar.
| Zwemlaag | Bezetting | Volwassen lengte totaal |
|---|---|---|
| Boven | 3 guppy-mannen + 6 vrouwen, of 8 platy’s | ± 40 cm |
| Midden | 12 kardinaaltetra’s | ± 55 cm |
| Bodem | 8 pantsermeervallen (Corydoras paleatus of aeneus) | ± 50 cm |
| Algen | 1 ancistrus | ± 13 cm |
Dat is samen zo’n 160 centimeter vis in 125 liter, ruim boven de oude vuistregel, en toch een gezonde bezetting zolang de bak goed beplant is en het filter ruim bemeten. Welke soorten je hier wel en niet naast elkaar kunt zetten, staat in welke vissen kunnen samen?
Hoeveel vissen mogen er in 180 tot 200 liter?
Drie tot vier soorten, waarvan één blikvanger. Een bak van een meter lang is het eerste formaat waarin je een grotere soort kunt houden zonder dat de rest in de knel komt.
Denk aan een school van vijftien regenboogvissen of zalmen in het midden, een grotere bodemgroep van tien pantsermeervallen, en daarboven een rustige groep levendbarenden. Voor de grotere pantsermeervallen noemt het LICG een bak van 120 centimeter, dus blijf op dit formaat bij de kleinere soorten.
Wat hier nog steeds niet in past: vissen die boven de twintig centimeter uitkomen. Die hebben niet alleen liters nodig maar vooral zwemlengte.
Hoeveel vissen mogen er in 240 liter?
Vier soorten, en nu komen grotere blikvangers echt binnen bereik. Een bak van 120 centimeter is ook de maat die het LICG noemt voor de grotere pantsermeervallen.
| Zwemlaag | Bezetting | Volwassen lengte totaal |
|---|---|---|
| Blikvanger | 1 koppel maanvissen | ± 30 cm, hoog lijf, telt zwaar |
| Midden | 15 zwarte fantoomzalmen | ± 65 cm |
| Bodem | 10 pantsermeervallen + 6 kuhli-alen | ± 125 cm |
Let hier op de combinatie, niet op het aantal. Maanvissen eten alles wat in hun bek past, dus geen neontetra’s ernaast. En ook in een grote bak bouw je de bezetting in etappes op.
Waarom klopt “1 cm vis per liter” niet?
Omdat lengte weinig zegt over belasting. De druk op je bak komt van lichaamsmassa, en die neemt ongeveer met de derde macht van de lengte toe. Een vis van 8 cm weegt grofweg acht keer zoveel als een vis van 4 cm, eet acht keer zoveel en produceert acht keer zoveel afval. Volgens de vuistregel zou hij maar twee keer zoveel tellen.
Daar komt bij dat de regel niets zegt over:
- Gedrag. Een school actieve zwemmers heeft vrije zwemruimte nodig, en een territoriale vis claimt een eigen plek, hoe groot de bak ook is.
- Afvalproductie per soort. Goudvissen en grote meervallen vervuilen buitensporig veel voor hun lengte.
- Het wateroppervlak. Zuurstofuitwisseling vindt aan het oppervlak plaats. Een hoge, smalle bak van 100 liter draagt minder vissen dan een lage, brede bak van 100 liter.
Eerlijk is eerlijk: er bestaat geen exacte formule die de vuistregel vervangt. Je komt verder met de minimumafmetingen en groepsgroottes per soort, zoals het LICG die per vis geeft, dan met één getal voor alle vissen.
Waarom moet je met het volwassen formaat rekenen?
Omdat je in de winkel vrijwel altijd jonge dieren koopt. Die ancistrus van 4 cm wordt 12 tot 15 cm, een maanvis groeit van muntgrootte naar een schotel, en de algeneter die als pleco verkocht wordt kan 30 cm of meer halen.
| Soort | Winkelmaat | Volwassen formaat |
|---|---|---|
| Neontetra | 1,5–2 cm | maximaal 4 cm |
| Guppy | 2–3 cm | 3–6 cm, vrouwtjes groter |
| Platy | 2–3 cm | 5–6 cm |
| Pantsermeerval (Corydoras) | 2–3 cm | 6–7 cm |
| Ancistrus | 3–5 cm | 12–15 cm |
| Maanvis | 3–5 cm | 15 cm, hoogte tot 20 cm |
| Goudvis | 4–6 cm | 20–30 cm of meer |
Wat zijn zwemlagen en waarom tellen ze mee?
Een aquarium heeft drie verdiepingen, en je bak voelt vol zodra één verdieping vol is. Guppy’s hangen graag bovenin, tetra’s en rasbora’s bezetten de middenlaag, en pantsermeervallen en kuhli-alen leven op de bodem.
Tien vissen verdeeld over drie lagen geven een rustiger beeld dan tien vissen die allemaal in het midden dringen. Vooral de bodem is snel vol. Een groep van tien pantsermeervallen heeft vrij bodemoppervlak nodig om te scharrelen, en dat deel je niet ongestraft met een territoriale ancistrus.
Hoeveel helpt een groter filter?
Het geeft je marge, geen extra vissen. Laat het filter minimaal drie tot vijf keer de bakinhoud per uur rondpompen en vervang filtermateriaal nooit in één keer volledig. Welk model bij jouw bak past, lees je in het beste aquariumfilter.
Het filter zet ammoniak om in nitraat, maar haalt dat nitraat er niet uit. Dat doe je zelf met wekelijks water verversen. Meer vissen betekent dus altijd vaker en meer verversen, wat je filter ook doet.
Hoeveel helpt een goed beplante bak?
Genoeg om aan de ruime kant van de richtlijn te gaan zitten, niet genoeg om er een soort bij te doen. Planten nemen ammonium en nitraat rechtstreeks op, produceren overdag zuurstof en bieden schuilplekken die stress en agressie dempen. In een bak met alleen wat plastic decoratie blijf je juist ruim onder het maximum.
Wanneer weet je zeker dat je bak vol is?
Als je nitraat structureel oploopt terwijl je trouw ververst. Dat is het eerlijkste signaal dat er meer afval binnenkomt dan je eruit haalt. Meet daarom regelmatig je waterwaarden.
Begin je net? Lees dan eerst Aquarium opstarten in 9 stappen, want een goed ingedraaide bak is de basis voor elke bezetting. Wil je van bakformaat wisselen, vergelijk dan eerst de beste aquariums voor beginners.
Veelgestelde vragen
Hoeveel neontetra’s kunnen er in 60 liter?
Reken op een school van acht tot tien neontetra’s als enige scholenvis in een bak van 60 centimeter. Het LICG noemt een aquarium van tenminste 60 centimeter lang en een groep van minstens vijf dieren, liefst meer. Onder de vijf gaat de school uit elkaar en worden de visjes schuw.
Hoeveel guppy’s passen er in 54 liter?
Zes tot acht guppy’s is realistisch in een bak van 54 liter, en dan in de verhouding die het LICG adviseert: één mannetje per twee tot vijf vrouwtjes. Houd er rekening mee dat guppy’s levendbarend zijn en vanzelf jongen krijgen, dus reken je bak niet tot de rand vol.
Mag een betta bij andere vissen?
Dat kan, maar niet met alles. Volgens het LICG mag er maar één betta-mannetje per aquarium, en kies geen medebewoners met lange sierlijke vinnen zoals sommige guppy’s, geen drukke of territoriale vissen en geen vinnenbijters. In een kleine bak houd je een betta het beste alleen. Garnalen erbij raden we af, want kempvissen zien dwerggarnalen als voer.
Hoe snel mag je vissen toevoegen na het opstarten?
Niet snel. Het LICG schrijft dat het zeker vier weken kan duren voor de nitrietpiek verdwenen is en de eerste vissen erin mogen. Begin dan met een paar vissen van één sterke, kleine soort en breid daarna beetje bij beetje uit, zodat het filter kan meegroeien. Ook met een bacteriepreparaat wacht je minstens veertien dagen.
Bronnen en verder lezen
- Neontetra, LICG. Dekt: aquarium van tenminste 60 centimeter lang, groep van minstens vijf dieren liefst meer, watertemperatuur rond 24 graden, maximaal 4 cm lang.
- Guppy, LICG. Dekt: aquarium van tenminste zestig centimeter, één mannetje per twee tot vijf vrouwtjes, 23 tot 25 graden, lengte tussen drie en zes centimeter waarbij de vrouwtjes groter zijn.
- Pantsermeervallen, LICG. Dekt: kleine soorten in groepen van minstens tien en grotere soorten vanaf vijf, 60 tot 80 centimeter bak voor de kleine soorten en 120 centimeter voor de grotere, 22 tot 25 graden.
- Betta, LICG. Dekt: één mannetje per aquarium, watertemperatuur tussen 24 en 30 graden, geen medebewoners met lange sierlijke vinnen, geen drukke of territoriale vissen en geen vinnenbijters.
- Zoetwatergarnaal, LICG. Dekt: aquarium met een inhoud van tenminste 30 liter, dwerggarnalen in groepen van tenminste tien soortgenoten, 20 tot 24 graden.
- Het tropisch zoetwateraquarium, LICG. Dekt: de nitrietpiek kan zeker vier weken duren voor de eerste vissen erin mogen, beginnen met een paar vissen van één sterke kleine soort en daarna beetje bij beetje uitbreiden, en ook met een bacteriepreparaat minstens veertien dagen wachten.
Geraadpleegd op 30 september 2026.
Meer over vissen
Welke vissen kunnen samen? Combinatietabel per soort
Welke aquariumvissen kunnen samen en welke niet? Een tabel per soort met temperatuur, formaat en gedrag, plus de drie fouten die beginners vaak maken.
Lees verder →
Guppy verzorgen: voeding, waterwaarden en kweek
Leer hoe je guppy's gezond houdt: de juiste waterwaarden, voeding en man-vrouwverhouding, plus hoe je een kweekexplosie in je aquarium voorkomt.
Lees verder →
Neontetra: zo houd je deze populaire schoolvis gezond
Houd je neontetra's gezond met de juiste schoolgrootte, zacht water en goede voeding. Leer ook hoe je neonziekte herkent en geschikte medebewoners kiest.
Lees verder →

